Opstel

WEETJES BIJ EEN OPSTEL
Wanneer we een tekstje (een opstel, een verslag) schrijven, dan proberen we korte en duidelijke zinnen te schrijven.

Wat is een zin?
Een zin bestaat uit een hoofdletter bij het begin van de zin.
Een zin bestaat een onderwerp (wie doet het?) en een persoonsvorm (het werkwoord).
Meestal wordt er nog iets meer in een zin verteld.
Dat kan iets zijn over:
– de tijd wanneer er iets gebeurd is
– de plaats waar iets gebeurd is
– het gevoel dat iemand bij de gebeurtenis had
– hoe iets gebeurd is  (van schrik/ door de hevige regenbuien/ …)
– de richting waarin iets gebeurd is (naar huis/ uit het noorden/ …)
– met welk doel iets gebeurd is (om een goed rapport e halen)
– met welk middel (met een vork)
-…

Een beetje meer uitleg vind je hier:
https://onzetaal.nl/taaladvies/bijwoordelijke-bepaling

Zo schreven de leerlingen van de klas.
1.Te veel werkwoorden
ging slapen => sliep
ben geweest => ging
is geworden => werd
hebben gekeken => keken
hebben gelopen => liepen

2.Hoofdletters
Hoofdletters: in het begin van een zin.
Hoofdletters voor eigennamen (steden, namen, straten, feestdagen, …)
Maasmechelen/ België/ Kerstmis/ Sinterklaas/ Joren/ …

 

3.Getallen schrijven
Getallen worden in teksten in letters geschreven.
2 => twee
3000 =>  drieduizend

4.Allerlei foutjes
vriendin
op drie januari OF de derde januari
Gabriëls feestje OF het feestje van Gabriël
de legoblokjes OF de Lego
een feestje maken (komt van het Frans)  =>  feestje gevierd of klaargemaakt
nonkel
kalkoen
armband
ketting
gegeten

5.Leestekens
Na iedere zin schrijven we een hoofdletter.
Geen extra leestekens.
In stripverhalen, cartoons en tekenfilms gebruikt men wel eens VEEL uitroeptekens of vraagtekens. Bij een gewone schrijftekst doen we dat niet.

6.Juiste zinnen maken

7.Herhalingen
Te vaak herhalingen gebruiken.
ook /leuk/ en toen/ dan/ Ik heb…/ Ik ben…/ We zijn…

8.Verschil in betekenis
vijfjarige of vijf jarigen
Als bijvoeglijk naamwoord:
Als bijvoeglijk naamwoord met een zelfstandig naamwoord

9.Woorden vergeten
Het werkwoord vergeten in een zin is onverstaanbaar voor de betekenis van een zin.
10.Samengestelde woorden
sneeuwballengevecht
vijfgangenmenu

11.Werkwoordvormen maken
voltooide deelwoorden juist vormen
gespeeld/ afgeteld/ gekocht/ gelopen/ bedacht/ vergeten/ …

12.aan het…
We gebruiken te veel  ‘aan het’… spelen/ lopen/ eten…
beter zeggen we: we speelden, we liepen, we aten.
Daarom moeten we de verleden tijd van een werkwoord goed kennen.

13.De stijl toont de bedoeling
Iedere tekst heeft een eigen schrijfstijl.
Zie ook in je taalboek deel A blz. 43 – 46

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .